Wat betekent traceerbaarheid in productie?
Traceerbaarheid werkt in twee richtingen:
- Terugwaarts (upstream): dit product is bij de klant mislukt. Welke plaat, welke lasdraad, welke leverancier en welk certificaat zaten erin?
- Voorwaarts (downstream): deze levering staal blijkt niet conform. In welke producten is ze verwerkt, en bij welke klanten staan die?
De tweede vraag is de lastige. Wie ze niet snel kan beantwoorden, moet bij een probleem te veel producten terugroepen, of te veel klanten bellen.
Lotnummer of serienummer: wat heb je nodig?
| Lotnummer | Serienummer | |
|---|---|---|
| Waarvoor | Een partij met dezelfde herkomst en eigenschappen | Eén uniek stuk |
| Typisch bij | Grondstoffen, plaatmateriaal, bevestigingsmateriaal, lijm, coating | Machines, assemblages, eindproducten met garantie |
| Hoeveelheid per nummer | Veel stuks of een gewicht | Precies één |
| Vraag die het beantwoordt | Uit welke partij komt dit? | Welk exemplaar is dit? |
Veel maakbedrijven combineren beide: lotnummers op inkomende materialen, een serienummer op het eindproduct. Zo kun je per serienummer zien welke lots erin verwerkt zijn.
Wat is een materiaalcertificaat (EN 10204)?
Voor metalen en andere materialen levert de leverancier vaak een keuringsdocument volgens de Europese norm EN 10204. Die kent vier types:
| Type | Wat het is | Opgesteld door |
|---|---|---|
| 2.1 | Verklaring dat het materiaal aan de bestelling voldoet, zonder testresultaten | Fabrikant |
| 2.2 | Testrapport met resultaten van niet-specifieke keuring | Fabrikant |
| 3.1 | Keuringscertificaat met resultaten van specifieke keuring op de geleverde partij | Een keuringsverantwoordelijke van de fabrikant, onafhankelijk van productie |
| 3.2 | Zoals 3.1, maar mee ondertekend door een keuringsverantwoordelijke van de koper of een aangeduide derde | Fabrikant én koper of derde |
Het 3.1-certificaat is in de staal- en machinebouw het meest gevraagde document. Het hoort bij één specifieke partij, vaak herkenbaar aan het smeltnummer (heat number). Daarom moet het certificaat aan het lotnummer gekoppeld worden, niet aan het artikel.
Waarom loopt traceerbaarheid vaak mis?
- De koppeling gebeurt op papier. Het certificaat zit in een map, het lotnummer staat op een etiket, het productieorder op een werkbon. Bij een audit of klacht zoek je drie dossiers samen.
- Restmateriaal verliest zijn identiteit. Een halve plaat gaat terug naar het rek zonder etiket. De volgende keer weet niemand meer van welke partij ze komt.
- De registratie gebeurt achteraf. Wie pas bij de levering noteert welke lots gebruikt zijn, schrijft op wat hij denkt, niet wat er gebeurd is.
- Excel heeft geen geheugen per stuk. Een lijst met lotnummers per order kan, maar de vraag "waar is partij X allemaal terechtgekomen?" beantwoord je er niet mee zonder uren zoekwerk.
Hoe organiseer je traceerbaarheid in een ERP?
Het principe is eenvoudig: het lotnummer reist mee met het materiaal, van ontvangst tot levering, en wordt bij elke beweging gescand.
- Ontvangst. Bij de goederenontvangst krijgt de partij een lotnummer (dat van de leverancier of een eigen nummer). Het 3.1-certificaat wordt als bijlage aan dat lot gehangen.
- Verbruik. Op het productieorder geeft de operator aan welk lot hij gebruikt, liefst door het etiket te scannen.
- Eindproduct. Het afgewerkte product krijgt een eigen lot- of serienummer.
- Levering. Op de leverbon staat welk serienummer of lot naar welke klant ging.
- Opzoeken. Vanaf elk nummer zie je de volledige keten, in beide richtingen.
In Odoo Inventory en Manufacturing werkt dat met lot- en serienummers per product en een traceerbaarheidsrapport dat de upstream- en downstreamketen toont. Met de Barcode-app scan je de nummers op de vloer in plaats van ze over te typen. Wil je op bepaalde momenten ook een controle uitvoeren, dan komt Odoo Quality erbij.
Een voorbeeld: een klacht over een gelaste console
Stel: een klant meldt een barst in een gelaste console. Zonder traceerbaarheid weet je alleen dat het type console is, dus je kijkt naar alle consoles van de laatste maanden.
Met traceerbaarheid scan je het serienummer op de console. Je ziet uit welke staalpartij de plaat kwam, met het 3.1-certificaat erbij, welk productieorder het was en welke lasser eraan werkte. Blijkt de partij het probleem, dan zie je meteen in welke andere consoles en bij welke klanten dezelfde partij zit. Dat zijn er misschien vijf in plaats van vijftig.
Illustratief voorbeeld.
Hoe ver moet je gaan?
Niet elk materiaal heeft een lotnummer nodig. Bouten uit een bak van 5.000 stuks per lot traceren kost meer dan het oplevert, tenzij een klant of norm het eist. Bepaal het niveau per artikelgroep:
- Verplicht door klant of norm (bijvoorbeeld EN 1090 in staalbouw): volledige lot-tracking met certificaat.
- Kritisch voor veiligheid of garantie: lotnummer op grondstof, serienummer op eindproduct.
- Verbruiksmateriaal: geen tracking, wel voorraadbeheer.
Wat houdt bedrijven tegen?
Vooral de angst dat het de werkvloer vertraagt. Dat klopt als traceerbaarheid betekent: nummers overschrijven op papier. Met scannen kost het een paar seconden per beweging. De echte investering zit in de eerste weken: etiketten op het bestaande rek, afspraken over restmateriaal, en mensen die zien waarom het nodig is.
Wil je weten welk niveau van traceerbaarheid bij jouw productie past? Een analyseworkshop zet het op papier vóór je iets inricht. Of begin met de gratis ERP-scan.

