Naar hoofdinhoud
OBS Solutions

Productie

EN 1090 en CE-markering voor staalconstructies: wat moet je ERP kunnen?

In het kort

Sinds 1 juli 2014 moet elk stalen of aluminium constructie-element dat op de Europese markt komt een CE-markering dragen volgens EN 1090. Daarvoor heb je een gecertificeerde fabrieksproductiecontrole nodig, traceerbaar materiaal met certificaten, gekwalificeerde lasprocedures en lassers, en een dossier per project. Een ERP maakt EN 1090 niet in orde, maar het bepaalt wel of je dat dossier in een uur of in drie dagen samenstelt.

Portretfoto Nicolas Lyssens-Danneboom, Project Manager bij OBS Solutions

Geschreven door Nicolas Lyssens-Danneboom, Project Manager

Laatst bijgewerkt op

8 min leestijd

Wat is EN 1090?

EN 1090 is de Europese normenreeks voor de uitvoering van staal- en aluminiumconstructies:

  • EN 1090-1 beschrijft hoe je de conformiteit aantoont en een CE-markering mag aanbrengen.
  • EN 1090-2 bevat de technische eisen voor staalconstructies.
  • EN 1090-3 bevat de technische eisen voor aluminiumconstructies.

Volgens het Belgisch Instituut voor Lastechniek is CE-markering voor stalen en aluminium constructie-elementen verplicht sinds 1 juli 2014, zonder verdere overgangsperiode. Bij die markering hoort een prestatieverklaring (DoP) waarin de fabrikant de essentiële kenmerken van het product vermeldt.

Wie heeft een EN 1090-certificaat nodig?

Elk bedrijf dat dragende constructie-elementen in staal of aluminium maakt en op de markt brengt: staalbouwers, hallenbouwers, constructieateliers, makers van trappen, bordessen en luifels met een dragende functie. Ook toeleveranciers die onderdelen voor zulke constructies lassen, krijgen er vaak mee te maken via hun klant.

Om te mogen CE-markeren laat je een audit uitvoeren door een aangemelde instantie (notified body). Die audit levert doorgaans twee certificaten op: een certificaat voor de fabrieksproductiecontrole (FPC) volgens EN 1090-1, en vaak een lascertificaat volgens EN 1090-2.

Wat zijn de uitvoeringsklassen EXC1 tot EXC4?

De uitvoeringsklasse bepaalt hoe streng de eisen zijn. Ze hangt af van de gevolgklasse, de gebruikscategorie en de productiecategorie van de constructie. Staat er geen klasse vermeld, dan geldt EXC2 als minimum.

Wat zijn de uitvoeringsklassen EXC1 tot EXC4?
KlasseTypische toepassingWat het betekent voor je organisatie
EXC1Eenvoudige constructies, landbouwgebouwenMateriaalcertificaten, gecertificeerde lassers, visuele lascontrole. Lascoördinator niet verplicht
EXC2De meeste gebouwen en hallenSchriftelijke procedures, gekwalificeerde lasmethoden, verantwoordelijke lascoördinator, eventueel extra niet-destructief onderzoek
EXC3Constructies met hogere gevolgen, zoals grote overspanningenStrengere eisen aan lascoördinatie, controles en traceerbaarheid
EXC4Uitzonderlijke constructies met zeer grote gevolgen bij falenHoogste eisen

Overzicht ter oriëntatie. De eisen per klasse staan in EN 1090-2; laat de toepassing op jouw projecten bevestigen door je lascoördinator of aangemelde instantie.

Welke EN 1090-eisen raken je administratie?

Een groot deel van EN 1090 is vakmanschap op de vloer. Maar een even groot deel is bewijs. Dat bewijs moet je per project kunnen voorleggen:

  • Materiaal met certificaat. Basismateriaal moet traceerbaar blijven tot zijn staalsoort en zijn certificaat, bijvoorbeeld een 3.1-certificaat volgens EN 10204.
  • Gekwalificeerde lasmethoden. Welke lasmethodebeschrijving (WPS) is op welk onderdeel toegepast?
  • Gekwalificeerde lassers. Welke lasser heeft gelast, en was zijn kwalificatie op dat moment geldig?
  • Controles. Welke visuele en eventueel niet-destructieve controles zijn uitgevoerd, door wie, met welk resultaat?
  • Afwijkingen. Wat is er afgekeurd en hoe is het opgelost?
  • Kalibratie. Zijn meetmiddelen en lasapparaten gekalibreerd of gecontroleerd volgens planning?

Waar loopt het vast zonder systeem?

In veel ateliers zit dat bewijs verspreid. Certificaten in een map per leverancier, lasserskwalificaties in een Excel van de lascoördinator, controlerapporten op papier bij het project, werkbonnen in een bak. Zolang alles goed gaat, valt dat niet op. Het wringt op drie momenten:

  1. Bij de opleverdossiers. Elke klant of studiebureau vraagt een dossier met certificaten en controles. Dat samenstellen kost dagen.
  2. Bij de jaarlijkse audit. De auditeur kiest een willekeurig project en vraagt de keten op, van plaat tot lasnaad.
  3. Bij een probleem. Een afgekeurde las of een niet-conforme partij staal. Waar zit dat materiaal nog?

Wat moet je ERP dan kunnen?

Een ERP vervangt je lascoördinator of je kwaliteitshandboek niet. Het zorgt wel dat de gegevens die EN 1090 vraagt vanzelf bij het project terechtkomen:

Wat moet je ERP dan kunnen?
EN 1090-vraagWat het ERP doet
Welk materiaal zat in dit onderdeel?Lotnummer bij ontvangst, certificaat aan het lot, lot gescand bij verbruik op het productieorder
Welke lasser werkte eraan?Operator gekoppeld aan de werkorder, bewerking per werkpost geregistreerd
Was zijn kwalificatie geldig?Kwalificaties met vervaldatum als document of vaardigheid bij de werknemer
Welke controles zijn gebeurd?Controlepunten op de werkorder of bij oplevering, met resultaat en foto
Wat is er misgelopen?Afwijking geregistreerd op het project, met oorzaak en actie
Is dit meetmiddel in orde?Kalibratie of onderhoud gepland op het toestel

In Odoo zit dat verspreid over Inventory (lot- en serienummers), Manufacturing (werkorders per werkpost), Quality (controlepunten en kwaliteitsmeldingen) en Maintenance (kalibratie en onderhoud van toestellen). Het projectdossier is dan geen zoektocht meer, maar een overzicht dat je per project opvraagt.

Een voorbeeld: het opleverdossier van een hal

Stel: een hallenbouwer levert een stalen hal in EXC2. Het studiebureau vraagt bij oplevering de prestatieverklaring, de materiaalcertificaten van de liggers en kolommen, en de lascontroles.

Zonder systeem zoekt de werkvoorbereider de certificaten bij de leveringen van de laatste twee maanden, matcht ze met de stuklijst en hoopt dat het klopt. Met lot-tracking staat bij elk onderdeel welke partij erin zit en hangt het certificaat er al aan. De controles staan op de werkorders. Het dossier is een export.

Illustratief voorbeeld.

Waar moet je op letten?

  • Begin bij wat de auditeur vraagt, niet bij wat de software kan. Je FPC-handboek is je beste vertrekpunt.
  • Hou het scannen eenvoudig. Een lasser met handschoenen typt geen lotnummers. Etiketten en een scanner op de werkpost zijn noodzakelijk.
  • Restmateriaal. Afsnijdsels met een eigen etiket terug in het rek, of ze verliezen hun traceerbaarheid. Dat is een afspraak, geen softwarefunctie.
  • Niet alles hoeft in het ERP. Lasmethodebeschrijvingen en kwalificatieproeven blijven vaak in het domein van de lascoördinator. Het ERP moet ernaar kunnen verwijzen.

Hoe pak je het aan?

Leg je huidige FPC-procedures naast je dagelijkse werking en markeer waar het bewijs vandaag manueel wordt samengesteld. Dat zijn de plekken waar een ERP tijd wint. Een analyseworkshop doet precies dat, vóór er iets ingericht wordt. Of doe eerst de gratis ERP-scan.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

EN 1090 is de Europese normenreeks voor de uitvoering van staal- en aluminiumconstructies. Deel 1 regelt de conformiteitsbeoordeling en CE-markering, deel 2 de technische eisen voor staal en deel 3 die voor aluminium.

Ja. Sinds 1 juli 2014 moeten stalen en aluminium constructie-elementen die op de markt gebracht worden een CE-markering dragen, met een bijbehorende prestatieverklaring.

Als de uitvoeringsklasse niet vermeld wordt, geldt EXC2 als minimum.

Het FPC-certificaat (fabrieksproductiecontrole) toont aan dat je productieprocessen onder controle zijn volgens EN 1090-1. Je krijgt het na een audit door een aangemelde instantie en het is altijd vereist om te mogen CE-markeren.

Een ERP maakt je niet conform, maar het legt het bewijs vast dat EN 1090 vraagt: materiaal met certificaat per lot, lassers en controles per werkorder, afwijkingen en kalibraties. Zo stel je opleverdossiers en auditbewijs veel sneller samen.

Portretfoto Nicolas Lyssens-Danneboom, Project Manager bij OBS Solutions

Nicolas Lyssens-Danneboom

Project Manager bij OBS Solutions

Expertise: Productie, Inkoop & procurement, Voorraad, Procesoptimalisatie

Klaar om te starten

Zet de volgende stap met Odoo.

Doe de gratis ERP-scan of plan een vrijblijvend gesprek voor een onderbouwd advies.