Wat is engineer-to-order, en hoe verschilt het van make-to-order?
| Productievorm | Wanneer start het werk? | Ligt de stuklijst vast? | Voorbeelden |
|---|---|---|---|
| Make-to-stock | Op voorspelling, vóór het order | Ja | Standaardonderdelen, catalogusproducten |
| Assemble-to-order | Na het order, uit bestaande componenten | Ja, met opties | Machines met keuzemodules |
| Make-to-order | Na het order | Ja, maar je maakt pas als er besteld is | Producten op bestelling uit een vast gamma |
| Engineer-to-order | Na het order, na engineering | Nee, wordt per order uitgewerkt | Machinebouw, staalconstructies, speciale installaties, interieurprojecten |
Bij make-to-order ken je het product al, je maakt het alleen niet op voorraad. Bij engineer-to-order ontstaat het product pas tijdens het order. Zit je ergens tussenin, met een product dat je samenstelt uit vaste opties, dan lees je best ook configureerbare producten offreren.
Waarom passen klassieke productiepakketten slecht bij ETO?
Veel productiesoftware gaat ervan uit dat je een vaste stuklijst hebt, een voorspelde vraag en een planning die op die voorspelling draait. In een ETO-bedrijf klopt geen van die drie:
- De stuklijst bestaat nog niet op het moment van verkoop. Ze groeit tijdens de engineering.
- De vraag is niet voorspelbaar. Elk order is een project.
- Inkoop loopt parallel met engineering. Je bestelt het staal voor de kolommen al terwijl het tekenwerk voor de bordessen nog loopt.
Wie dan toch het hele MRP-arsenaal activeert, krijgt een systeem dat vooral tegenwerkt. In MRP: wanneer wel, wanneer niet lees je waar die grens ligt.
Waar loopt het in de praktijk vast?
- De offerte is een rekenblad. Na het order begint iemand alles opnieuw over te typen in het systeem.
- Engineering en aankoop praten niet met elkaar. De tekenaar werkt in CAD, de aankoper wacht op een lijst per mail.
- Kosten worden achteraf toegewezen. Uren en facturen landen op algemene posten, en pas bij de afrekening probeert iemand ze aan projecten te koppelen.
- Wijzigingen tijdens het order (de klant wil de bordesbreedte aanpassen) komen niet in de kostprijs.
- Niemand ziet wat er nog openstaat per order: welke aankopen, welke werkorders, welke montage.
Hoe richt je een ERP in voor ETO?
Het principe: per verkooporder een eigen keten, die je stap voor stap vult.
- Offerte met budget. De offerte bevat de geschatte materialen, uren en externe kosten. Die schatting wordt je voorcalculatie.
- Stuklijst per order. Na engineering krijgt het order zijn eigen stuklijst. Vertrek waar mogelijk van een gelijkaardig eerder project of van standaard subassemblages, en importeer de CAD-lijst in plaats van ze over te typen (zie CAD-stuklijsten koppelen aan je ERP).
- Op order aankopen. Met een make-to-order-route start elke component die je niet op voorraad hebt een inkoop of productie die aan dat order hangt. Lange levertermijnen kun je al bestellen vóór de volledige stuklijst rond is.
- Werkorders per bewerking. Snijden, lassen, afwerken, montage. Elke stap op een werkpost, met registratie van tijd.
- Alle kosten op één plek. Via een analytische rekening of project per order verzamel je materiaal, uren, onderaanneming en reiskosten.
- Nacalculatie. Na oplevering vergelijk je het budget uit de offerte met de werkelijke kosten. Meer daarover in nacalculatie in productie.
In Odoo combineer je daarvoor Sales, Manufacturing, Purchase en analytische boekhouding, en voor grotere projecten ook Project voor de montage en oplevering.
Een voorbeeld: een speciale transportband
Stel: een machinebouwer verkoopt een transportband op maat voor een voedingsbedrijf.
- Week 0: offerte op basis van een vergelijkbaar eerder project, met budget per hoofdgroep (frame, aandrijving, besturing, montage).
- Week 1-3: engineering. De motor en het besturingssysteem hebben acht weken levertijd en worden al besteld op het order.
- Week 3: de CAD-stuklijst wordt geïmporteerd als stuklijst van het order. Wat op voorraad ligt, wordt gereserveerd; de rest wordt besteld.
- Week 4-9: werkorders in het atelier, onderdelen terug van de coater, montage.
- Week 10: oplevering. Het order toont budget tegenover werkelijk, per hoofdgroep.
Illustratief voorbeeld.
Moet je dan alles per order opnieuw tekenen?
Nee. ETO-bedrijven die rendabel werken, hergebruiken veel meer dan ze denken: standaard subassemblages, vaste bevestigingssets, een bibliotheek aan eerder gemaakte onderdelen. Hoe meer van je product uit herbruikbare blokken bestaat, hoe sneller je offreert en hoe nauwkeuriger je voorcalculatie wordt. Een goed ingericht ERP maakt dat hergebruik zichtbaar: welke subassemblages komen in de meeste orders terug?
Wat houdt bedrijven tegen?
De angst dat een ERP hun flexibiliteit afneemt. Dat gebeurt als je ETO probeert te persen in een reeksproductiemodel. Met een order-gedreven inrichting win je net flexibiliteit: je ziet bij elke wijziging wat ze kost en wat er nog openstaat.
De tweede drempel is engineering. Tekenaars willen niet in een ERP werken, en dat hoeft ook niet. Zij leveren een stuklijst; het ERP neemt het vanaf daar over.
Hoe begin je?
Kies drie recente orders: een goed, een gemiddeld en een slecht verlopen order. Leg na wat er tussen offerte en oplevering allemaal manueel gebeurde. Dat is je lijst met wat het systeem moet oplossen. Een analyseworkshop doet dat samen met jou. Of begin met de gratis ERP-scan.

